Boekencentrum bestaat 75 jaar. Nee, niet het Boekencentrum, zoals de volksmond nog steeds zegt, maar gewoon Boekencentrum. Waren we maar het boekencentrum, zal onze uitgever in zijn stoute dromen wel eens denken. Van Europa, van de Wereld, of zelfs maar van Nederland. Hij moet zich er maar bij neerleggen: een club met idealen zal nooit het centrum van de wereld worden. Op inhoud word je niet rijk.
Ondertussen gaat het Boekencentrum, goed lezen, niet het Boekencentrum, maar ondertussen gaat het (met) Boekencentrum, uitstekend. De uitgeverij bestaat 75 jaar, er verschijnen met regelmaat heel mooie boeken (uitgeefster Beppie de Rooy heeft na jaren hard werken zelfs een literair fonds opgebouwd met mooie eigen, Nederlandse auteurs die ronduit een aanwinst zijn voor het christelijke boekenaanbod…
En ergens tussen al dat uitgeefgeweld bevinden wij ons. Dus bevinden wij ons ook tussen de 75 titels die Boekencentrum voor de gelegenheid aanbiedt met korting.
Bekijk deze link maar eens, en blader door naar onze muziekuitgaven
• PvN-diensten
Op het moment dat ik dit schrijf, zit ik tussen twee erediensten in. Veertien dagen geleden was ik uitgenodigd voor een jeugddienst in een Nederlands Gereformeerde gemeente, aanstaande zondag mag ik een jongerendienst leiden in de Protestantse Kerk Nederland. Vlak voor die eerste dienst ging ik door mijn rug en ik moet een beetje met beleid bewegen om de tweede dienst te halen, maar toch. Het is een bijzondere ervaring, omdat ik van beide kerkgenootschappen geen lid ben, terwijl ik ben opgegroeid in een kerk waarvoor de kerkmuren van een tamelijk beslissend belang geacht werden.
In Enkhuizen is een CGKv waar ik regelmatig preken mag lezen. CGKv? Wéér een nieuw kerkverband? Nee, gewoon twee gemeentes die elkaar gevonden hebben. Een Christelijk Gereformeerde en een Vrijgemaakte. Onder de naam CGKv. Een paar maanden geleden stond ik na te praten met wat gemeenteleden, die me toen wilden uitleggen hoe de gemeente gegroeid was. Ze moesten zelf ook even nadenken over wie er oorspronkelijk nu CGK was, en wie GKV.
Maar waar het me om gaat: het zijn de psalmen die het contact leggen. Het is die oude liedschat die tot het hart van gelovigen blijft spreken, in welk kerkelijk hok ze zich ook thuis voelen. In ons PvN-team zitten mensen uit alle uithoeken van christelijk Nederland. En we proberen allemaal zo goed mogelijk naar David te luisteren, met David mee te zingen.
En kennelijk wordt dat herkend in alle uithoeken van christelijk Nederland.
Ik werk momenteel weer aan psalm 51. Een psalm die al af was, en nu toch weer om moet. Omdat de melodie die ervoor gemaakt was, in de oneindige wijsheid van het componistenteam onvolmaakt bevonden is. Ik was aan die melodie, meer dan aan enige andere, verknocht geraakt. Maar ik ben een dichter, ik ben van de taal, dus moet ik zwijgen. Me zetten aan een wijzigingsvoorstel van slechts enkele lettergrepen, die per saldo betekent dat je vrijwel overnieuw kunt beginnen met je berijming.
Ik wil maar zeggen: werken aan Psalmen voor Nu gaat je niet in je kouwe kleren zitten. Maar zo af en toe, tussen twee bijzondere diensten in bijvoorbeeld, word je buitengewoon bemoedigd om maar gewoon weer aan het werk te gaan.
• Basispreekje
Belofte maakt schuld. Ik had je beloofd dat ik mijn schoolopdracht zou laten meelezen, een proefpreekje (mini hoor, vijf minuten max) die we op de theologische universiteit moesten maken bij homiletiek (preekkunde). Het moest gaan over psalm 119 vers 105.
Slaapt u al?
Nou ja, dat had maar zo gekund… Er zijn mensen die gaapneigingen krijgen van het woord preek alleen al. En deze gaat tot overmaat van ramp over psalm 119. Psalm 119! De saaiheid ten top. Vroeger werden ellenlange stukken rechte weg vaak psalm 119 genoemd. Omdat je naar verluidt voor de eerstvolgende bocht die hele psalm kon zingen.
Niemand die het deed natuurlijk.
Als je de psalm beter leest, blijft hij saai. Kijk, psalm 78 is ook een enorme lap tekst. Maar ja, dat is dan ook de grote geschiedenisles in het psalmboek. Zeg maar van aartsvader Jacob tot koning David. Dat lukt niet in twee zinnen, dat snapt iedereen.
Maar de boodschap van psalm 119 is in één zin te vatten: de Wet van de HEER is het beste dat ons ooit is overkomen. Die boodschap herhaalt de psalmdichter in 176 varianten, in coupletten van acht regels, 22 stuks. Zo kom je vanzelf aan een lange lap.
En aan een saai ding. Een soort mantra, als je de boodschap maar eindeloos herhaalt, blijft hij hangen. Of, negatiever: een hersenspoeling. Als je de boodschap maar eindeloos herhaalt, ga je het vanzelf geloven.
En toch staat daar ineens, iets over de helft van die psalm, een regel die iedereen kent. Al was het maar van een liedje van Elly en Rikkert:
Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.
Deze tekst siert heel wat kansels, heel wat liturgieborden, en in heel wat huizen de wandtegeltjes. Oudere huizen, toegegeven. Maar daar staat een liedje voor nieuwe kinderen tegenover. Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad. Het is dan ook een fijne, lieve tekst.
O ja? Lief? Leest u maar even mee. Een vers erboven staat: haat! Ik haat elk bedrieglijk pad. En een vers na dit vers wordt een eed gezworen. Ik zweer mij te houden aan uw rechtvaardige voorschriften, en ik zal mij aan die eed houden ook. Waarom die ernst ineens?
Doorlezen.
Ineens blijkt dat de zanger hier niet zingt vanuit vrolijke vrijblijvendheid. Hij zingt op leven en dood. Hij wordt vernederd, zo door vijanden belaagd dat de vraag is of hij er het leven af zal brengen.
De vijand heeft een boobytrap voor hem gemaakt – en ze weten waar hij heen gaat. Hij gaat het pad van zijn HEER immers. Een makkelijke prooi, deze gelovige.
Ik lees ineens een heel andere zin, een indringende geloofsbelijdenis. Uw woord, God van wie ik hoop dat u mijn leven redt, is een lamp voor mijn voet. Ik zou niet weten waar ik mijn voeten moet zetten als u mij de weg niet wijst. Al voert die weg mij naar de bermbom, als het uw weg is, zal ik hem gaan. Al kost het me alles, HEER, er is geen alternatief: leven is alleen leven als uw licht erover schijnt.
Hang die tekst maar eens als een wandtegeltje in jouw huis.
Het commentaar van de docent, geparafraseerd: Rien jongen, je bent eigenlijk meer een columnist dan een dominee. Hm. Ik mag nog veel leren.
Tot volgende maand.
Hartelijks,
Rien.
—
Rien van den Berg is als dichter betrokken bij Psalmen voor Nu. Hij verzorgt de maandelijkse nieuwsbrief van Psalmen voor Nu die voortaan als blog verschijnt. Het voordeel is dat je nu online kunt reageren.



